De Aesculaap - slangenstaf-

De aesculaap is een staf waaromheen zich een slang kronkelt. Dit symbool is ook nog het embleem van geneeskundigen, ter herinneringen aan de Oudgriekse god van de geneeskunde, Aesculapius. De diepere grond is dat de slang jaarlijks zijn vel afwerpt, wat als verjonging werd opgevat. Slangen (esculaapslangen) waren in antieke sanatoria, die met name bij geneeskrachtige bronnen werden aangelegd, heilige dieren. Volgens de sage zou Zeus Aesculapius en de slang als sterrenbeeld Ophiochus (Slangendrager) in de hemel hebben geplaatst. Tijdens een verwoestende pestepidemie, die het oude Rome teisterde, brachten de Romeinen volgens de overlevering de god van de geneeskunde in de gedaante van een reusachtige slang uit het Griekse Epidaurus naar hun stad, waarop de plaag onmiddellijk ophield. Men dient de aesculaap niet te verwarren met de caduceus, de met twee slangen omwonden herautsstaf van de god Hermes (Mercurius). Caduceusstaf bestaat uit een tover- of bodestaf waaromheen zich symmetrisch, met de koppen naar elkaar gewend, twee slangen slingeren. Soms is de caduceus aan zijn spits van twee vleugels. Naast Hermes werd ook Iris (de godin van de ochtendgloren) met de caduceus voorgesteld, daar ze als een heraut aan de zon voorafging. In de beeldenwereld van de alchemie worden de beide slangen uitgelegd als zinnebeeld voor het evenwicht tussen de stoffen sulphur en mercurius (zwavel en kwik), dat wil zeggen de principes van het brandende en de vluchtigheid; daarbij werd Mercurius ook als de god zelf uitgebeeld. In de moderne symboliek is de caduceus symbolisch voor de handel en verkeer.

In de nieuwere tijd wordt de aesculaap wel als apothekerssymbool gebezigd, met bovenaan een schaal waaruit de slang drinkt.
Een oude prototype van de aesculaapstaf is een eveneens door twee slangen omwonden staf van de Soemerisch-Akkadische god van de geneeskunde en de onderwereld, Ningizzida, die overigens met een gehoornde slang werd afgebeeld en de persoonlijke beschermgod van koning Gudea van Lagasj (ca. 2100 v. Chr.) was.
Esjmoen (Jasoemoenoe), een Fenicische god van de geneeskunde, die ook in Carthago vereerd werd, geldt als verschijningsvorm van aesculapius en werd ook met de slangenstaf afgebeeld.

De orientalist A. Jirku legde verband tussen de slangenstaf en de in Exodus (7:9-13) genoemde toverstaf, die in een slang verandert en met behulp waarvan Mozes de Egyptische plagen over het land van de farao afroept, zag ook verband met de op een paal in de woestijn opgerichte ijzeren slang, die door giftslangen gebeten mensen met zijn blik geneest.
De slang is een dier waarvan de symboliek veel tegenstrijdigheid vertoont. In veel archaïsche culturen wordt hij als symbool van de onderwereld en het dodenrijk opgevat, vermoedelijk omdat hij in het verborgene leeft en in holletjes wegkruipt, maar ook wegens zijn vermogen, zich door vervelling schijnbaar te verjongen. De slang beweegt zich zonder poten voort, kruipt als een vogel uit het ei en heeft dikwijls een dodelijke giftige beet. Dood en leven zijn in dit dier op zo'n unieke wijze symbolisch verenigd, dat er nauwelijks culturen bestaan die geen aandacht aan de slang hebben geschonken. Ook in de bijbel is de slang enerzijds een symbool van het kwaad en oorzaak van de zondeval, anderzijds symbool van het leven.
De slang heeft in verschillende culturen een betekenis o.a. in pre-Columbiaanse culturen van Midden-Amerika speelt de slang een rol als de vijfde dagsymbool van de kalender. Voor degenen die in dit teken geboren zijn voorspelt hij doorgaans weinig goeds, omdat de slang als arm en onbehuisd geldt. Het zijn handelsreizigers of krijgers, die zonder vast onderkomen moeten rondtrekken.

In Mexico komt de slang voor in het wapen van Mexico city, dat een op een cactus zittende adelaar met een slang in de klauwen vertoont. Deze combinatie komt men in de hele wereld tegen, als symbool van tegenstellingen en hun onderlinge verhoudingen. In Aziatische landen is de aan het uiteinde van de wervelkolom opgerolde Kundalini-slang een symbool van de levensenergie die door meditatie moet worden opgewekt. In Oudindische symboliek spelen slangenwezens, de halfgoddelijke Naga's, een belangrijke rol als wachters van de schatten van de aarde.
In China is de slang het vijfde diersymbool van de dierenriem en geldt als zeer listig, maar ook als gevaarlijk. Mensen met dubbele tong hebben in de volksmond een slangenhart.
Het bezit van een slangenhuid belooft rijkdom. Dromen over slangen worden in China meestal als seksueel geïnterpreteerd.
In Zuidoost Afrikaanse culturen belichaamde reuzenslangen, zoals op oude rotsschilderingen te zien is, de regen en het water in het algemeen, waarbij ze ook in mythen als gehoornde fabeldieren optreden.

In Japan is de slang verbonden aan verschillende mythen geassocieerd met strijd.
De slang vormt ook volgens alle psychologische ervaring een sterk symbool van psychische energie. In zegswijze speelt de slang doorgaans een negatieve rol; listig, vals als een slang, een slang van een wijf, kronkelen als een slang enz.

U ziet het de slang wordt inderdaad aan (bij)geloof verbonden. Dat betekent echter niet dat de geneeskunde verbonden is met bijgeloof. Ik weet dat enkele religies (misschien ook sekten) hun volgelingen wijsmaken dat, waar de slang gebruikt wordt als symboliek, het direct verbonden wordt met bijgeloof en duivelse krachten/invloeden. Wat ik ook weet is dat ik nog nooit een arts of apotheker ben tegengekomen die zich stoort aan de symboliek van de slang en überhaupt weet wat de slang allemaal voorstelt.
Als het beroep maar correct uitgeoefend wordt en daar gaat het allemaal om!
Als fanatiekelingen echt spijkers op laag water willen vinden dan moet men maar gaan kijken naar de symboliek van een trouwring, kaarsjes op een verjaardagstaart, proosten, duimen, Kerst, Pasen, Sinterklaas en karnaval.