Het gerommel met voedingssupplementen

De namen die aan voedingssupplementen zijn gegeven, doen vermoeden dat het om 'turboprodukten' gaat: super-, ultra-, max-, top-, mega-, opti- en andere superlatieve voorvoegsels vormen de regel. De namen zijn erop geselecteerd dat u als consument het idee heeft dat u het beste produkt voor de beste gezondheid heeft gekocht. Uiteraard zeggen de namen van de produkten weinig tot niets over het produkt zelf.

Mogelijk dat u wijzer wordt van de bedekte en vage termen waarin folders, huis-aan-huiskranten en in advertenties wordt gesproken over de toepassingen van voedingssupplementen. Eigenlijk mag er niets gezegd worden (immers één medische claim en het voedingssupplement is een ongeregistreerd geneesmiddel en moet dan van de markt gehaald worden).


Maar toch kunnen vele fabrikanten van voedingssupplementen de verleiding niet weerstaan om op een bedekte wijze toch de werkzaamheid van voedingssupplementen aan te prijzen: 'goed voor de gewrichten', 'versterkt uw weerstand', 'verbetert uw stemming', 'lost uw huidproblemen op', 'geeft meer energie', 'goed voor rokers' enzovoort. Dergelijke terminologie vermindert de duidelijkheid. Ze wordt evenwel in de hand gewerkt door de overheid die een wetgeving in stand houdt waarin preventie gemedicaliseerd is. Volgens de Wet op de Geneesmiddelenvoorziening is een stof ook geneesmiddel als ervan wordt gesteld dat ze ziekten kan voorkomen. Dus wanneer we zeggen dat spinazie bloedarmoede kan voorkomen, dan is spinazie op dat moment een geneesmiddel. Iets dergelijks geldt ook voor een voedingssupplement. Het wordt de fabrikant wel heel erg moeilijk gemaakt om aan te geven waar zijn produkt goed voor is.

Er is veel discussie over de hoeveelheid vitamines en mineralen die 'de mens' dagelijks nodig heeft. Het probleem is dat het onmogelijk is hierop een ondubbelzinnig, helder antwoord te geven. Er zijn te veel facetten die hierop van invloed zijn.
Allereerst zit hem de moeilijkheid in 'de mens'. 'De mens' bestaat namelijk niet. Ieder mens is verschillend en ieder mens heeft een ander lichaam. In de orthomoleculaire geneeskunde wordt dit met een moeilijk woord 'biochemische individualiteit' genoemd. Ofwel, ieder mens heeft een eigen lichaam met eigen karakteristieken en die zijn per individu sterk verschillend. Niet alleen bestaan er grote verschillen tussen de mensen, maar ook binnen de mens zelf. Met andere woorden, als kind heeft u andere hoeveelheden van essentiële voedingsstoffen nodig dan wanneer u volwassen of bejaard bent. Het is zelfs zo dat iemand tijdens rustige perioden een ander verbruik van vitamines en mineralen heeft dan in perioden van stress. Wanneer u ziek bent, hetgeen ook als stress kan worden aangemerkt, heeft u meer vitamines en mineralen nodig dan wanneer u in een goede conditie verkeert. Tijdens zwangerschap of wanneer u veel sport, zijn er andere hoeveelheden aan te bevelen, dan wanneer uw leven gewoon zijn gangetje gaat. Uitgaande van de biochemische individualiteit is het dus erg moeilijk om een juiste (algemene) dosering vast te stellen. Er is nog een aantal factoren die deze problematiek niet vergemakkelijken.

De RDA van het Voorlichtingsbureau voor de Voeding
Het Voorlichtingsbureau voor de Voeding hanteert een norm voor de dagelijkse behoefte die al jaren oud is. Deze norm wordt de RDA genoemd (Recommended Dietary Allowance, de Aanbevolen dagelijkse hoeveelheid). Vanaf de ontdekking van vitamines, zeg maar aan begin van deze eeuw, heeft men getracht de dagelijkse benodigde hoeveelheden statistisch vast te leggen, opdat de bevolking in zijn totaliteit ('de mens') geen tekorten opliep. Deze RDA is erop gericht dat het grootste deel van de bevolking geen gebrekziekten ontwikkelt, zoals bijvoorbeeld scheurbuik tengevolge van een vitamine C-gebrek of beriberi tengevolge van een vitamine B1 tekort.

De RDA was tot de jaren zestig een heel belangrijke grootheid, omdat de gezondheidsautoriteiten hiermee trachtten voedingstekorten te voorkomen. En wanneer er een tekort werd gesignaleerd, dan kon dit worden bijgesteld.

Er zit echter een groot nadeel aan deze RDA. Als norm hanteert zij een minimum-grootheid. Deze aanbevolen hoeveelheden zijn net groot genoeg om te voorkomen dat iemand een gebrekziekte ontwikkelt (met een bepaalde statistische marge). Hier hebben we niet veel aan als we er juist op gericht zijn om een zo optimaal mogelijke hoeveelheid van de afzonderlijke vitamines en mineralen in het lichaam te brengen, zodat het lichaam optimaal kan functioneren. Het gaat tegenwoordig niet meer om het voorkomen van gebrekziekten, maar het gaat er nu om ons lichaam de optimale hoeveelheden van de vitamines en mineralen te geven, zodat we in een optimale conditie verkeren. Dat is een geheel ander uitgangspunt! Wanneer het Voorlichtingsbureau voor de Voeding zegt dat extra vitamines en mineralen niet nodig zijn (en dus gevarieerde voeding voldoende is), dan gaat zij uit van deze verouderde norm, de RDA.

Maar er is nog een ander facet dat vaak over het hoofd wordt gezien, als het gaat om de vaststelling van de optimale hoeveelheden, iets waarmee de RDA totaal geen rekening houdt. Vitamines en mineralen zijn voor hun optimale werking in ons lichaam sterk afhankelijk van elkaar. Zij werken samen. Een aardige vergelijking is die met een orkest. Een componist heeft een werk gecomponeerd voor een heel orkest met hoorns, violen, trompetten, de pauk (die nooit zoveel te doen heeft), de klarinet, en ga zo maar door. Ieder instrument of groep van instrumenten heeft zijn specifieke functie binnen het orkest. Wanneer bijvoorbeeld de hoorns, of zelfs maar de pauk, niet zouden meedoen, dan zou het stuk verminkt klinken en niet om aan te horen zijn.

In het lichaam is het niet anders. Alle vitamines en mineralen behoren in het lichaam aanwezig te zijn en als er een ontbreekt, dan kan dat grote gevolgen hebben voor het geheel. Dan werken bepaalde enzymsystemen niet en dat heeft tot gevolg dat bepaalde functies niet optimaal worden uitgevoerd. Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer tijdens de zwangerschap er onvoldoende magnesium en vitamine B6 is. Deze twee stoffen vullen elkaar in bepaalde enzymsystemen zo goed aan dat ze samen een probaat middel zijn tegen zwangerschapsbraken.
Maar magnesium werkt ook nauw samen met calcium, bijvoorbeeld in de zenuwprikkelgeleiding. Beide mineralen zijn nodig voor een optimale zenuwwerking. Calcium op zijn beurt werkt weer samen met vitamine D. Vitamine D zorgt er namelijk voor dat calcium vanuit onze darm wordt opgenomen in de bloedbaan en dat onze botten de juiste hoeveelheden calcium opnemen om sterk en stevig te zijn. De werking van vitamine D komt het best tot zijn recht wanneer het wordt genomen samen met een andere vetoplosbare vitamine: vitamine A. Beide vitamines komen dan ook in de natuur vaak gezamenlijk voor, zoals in levertraan. Vitamine A op zijn beurt werkt weer samen met zink, hetgeen vooral van invloed is op de huid en het immuunsysteem. Zink werkt weer samen met vitamine B6 en zo is de cirkel rond. De meeste vitamines en mineralen zijn niet in dit voorbeeld genoemd, maar zonder meer kan gesteld worden dat ze ook in dit schema in te passen zijn. Met andere woorden, net zoals instrumenten in het orkest werken vitamines en mineralen samen. Daarom is het ten sterkste aan te bevelen om in geval van aanvulling een multi te nemen, waarin alle vitamines en mineralen zitten. Begin niet zomaar aan een enkele vitamine of mineraal, zoals alleen vitamine A of alleen vitamine E.

De mythe van de 'natuurlijke' vitamines
Sommige fabrikanten willen ons maar al te graag doen geloven dat voedingssupplementen natuurlijk zijn, wat 'natuurlijk' ook moge betekenen. Deze stelling verdient nadere uitleg en nuancering. Wanneer we praten over voedingssupplementen in hoge doseringen, dan is in het algemeen de natuurlijkheid ver te zoeken. Het is namelijk onmogelijk om vitamines uit natuurlijke bronnen te gebruiken voor dergelijke tabletten. De tabletten zouden veel te groot worden. Bovendien zijn in de meeste gevallen natuurlijk vitamines niet beter dan synthetische vitamines.
Een uitzondering moet gemaakt worden voor vitamine E. Voor de overige vitamines maakt het weinig uit. Vitamine E in de natuurlijke vorm heeft een krachtiger werking in ons lichaam dan de synthetische vorm. De natuurlijke vorm is ongeveer dubbel zo werkzaam.

De benaming 'natuurlijke vitamines' wordt te pas en te onpas gebruikt. Het maakt ons in vele gevallen nauwelijks iets wijzer en leidt tot verwarring. Beter geformuleerd zou zijn: zo natuurlijk mogelijk. Een voedingssupplement blijft weliswaar altijd een 'onnatuurlijk' ding, maar bij formulering ervan kan gestreefd worden naar een preparaat dat op een zo goed mogelijke wijze aansluit op de optimale behoefte van de mens.