Lezen en begrijpen!

Vaak probeert u verstandig te doen en leest tijdens het inkopen doen aandachtig de etiketten. Na wat twijfel wordt het blikje toch maar in de wagen gelegd want het ziet er toch smakelijk uit. Voor menigeen zijn de etiketten onduidelijk en vooral als de toevoegingen in voor de doorsnee mens in onbegrijpbare codes wordt vermeld. Eigenlijk behoort een supermarkt in elke gang een lijst van de toevoegingen en de effecten vermeld te staan. Maar dat is denk ik een beetje teveel gevraagd. Vooral als doorhebben dat we nog in een maatschappij/gemeenschap leven waarbij de verantwoorde instanties zich eerder druk maken over de natuurlijke produkten, zoals homeopatische en fytotherapeutische middelen, dan dat men gaat opletten wat voor troep onze bevolking -en vooral de kinderen- onwetend naar binnen moeten werken. Er zijn drankjes in de handel die zonder verpakking stijf staan van de cafeïne, die wel door kinderen gekocht en geconsumeerd kunnen worden, terwijl men b.v. voor een flesje Avena sativa, gemaakt van een kruid (!!!), bij de inspectie een verklaring moet tekenen wil je het produkt -nota bene- op jezelf gebruiken! Voor allen die zich afvragen wat de toevoegingen zijn, volgt hier een begin van een lange lijst.

Er is een aantal groepen te onderscheiden met verschillende toepassingen waarvoor ze gebruikt worden. De belangrijkste worden hieronder genoemd.
Kleurstoffen maken de margarine geel, de snoepjes, drankjes en toetjes kleurig en sommige aardbeienjams helderrood in plaats van bruinrood. Volgens velen zijn kleurstoffen nutteloos, maar het is de vraag of bleke of grauwe produkten meer gewaardeerd zouden worden. Geur- en smaakstoffen versterken het aroma van soepen, sausen, snacks en vele andere produkten. Daardoor is minder nodig van andere, duurdere ingrediënten.
Conserveermiddelen verlengen de houdbaarheid van allerlei produkten, omdat ze de groei van bacteriën, schimmels en dergelijke afremmen, die de kwaliteit van het produkt snel kunnen aantasten en doen bederven.
Stabilisatoren en emulgatoren verhinderen dat een produkt gaat schiften, opromen of op een andere manier ontmengt. Zo wordt voorkomen dat de cacao in chocolademelk naar de bodem zakt, de olie bovenop de mayonaise komt, of ijskristallen in het ijsje worden gevormd. Anti-oxydanten voorkomen de aantasting van een produkt door de zuurstof in de lucht.
Daardoor wordt ranzigheid en verkleuring van koekjes, mayonaise en olie tegengegaan.

Voedingszuren zorgen voor een frissere smaak en het behoud van aroma in ingelegde groenten en vruchten, zuiveldranken en jam.
Zoetstoffen geven een zoete smaak maar leveren geen calorieën. Ze worden niet alleen gebruikt door mensen die diabetes hebben (suikerziekte), maar ook verwerkt in calorie-arme frisdranken en dergelijke.
In de lijst van ingrediënten op het etiket van voorverpakte produkten worden ook de additieven genoemd, want dat is in verschillende landen wettelijk verplicht. Iedereen kan dus zelf zien of er additieven gebruikt zijn, tenminste als het om verpakte produkten gaat.
De gebruikte additieven moeten in elk geval worden aangeduid met hun soortnaam, bijvoorbeeld Akleurstof' of conserveermiddel@. Het zal in de toekomst ook verplicht worden om er bij te vermelden welke specifieke stof er gebruikt is. In de meeste andere EG-landen is dat nu al verplicht.
Via de Warenwet in Nederland is geregeld dat er aan bepaalde basis voedingsmiddelen zoals vlees en melk helemaal geen additieven mogen worden toegevoegd. Verder zijn er produkten waarin een beperkt aantal met name genoemde additieven mogen voorkomen, en soms is ook nog vastgelegd hoeveel er van een additief gebruikt mag worden. Ten slotte bestaat er een zogenaamde 'positieve lijst' van additieven waarvan de overheid voldoende is overtuigd van de onschadelijkheid. In geen enkel voedingsmiddel dat in Nederland wordt verkocht mag een hulpstof voorkomen die niet op deze positieve lijst staat. Nogmaals dit is in Nederland zo. Op de produkten die uit Nederland ingevoerd worden, kunt u gemakkelijk nagaan wat er in het produkt zit. Op produkten uit de Verenigde Staten staat ook altijd een lijst. Deze lijst is echter anders dan die uit Nederland. (in de toekomst zal ik ook de lijst uit de V.S. analyseren)

Additieven mogen niet gebruikt worden als dat zou leiden tot een slechte hygiëne in de produktiebedrijven of winkels. Dit is een van de redenen waarom er geen sulfiet mag worden toegevoegd aan rauw gehakt want dat blijft dan wel prachtig rood maar de kwaliteit is sterk gedaald.
Aan het eind van de vorige eeuw werd op grote schaal geknoeid met voedsel in de meeste westerse landen. In de groeiende steden met een overwegend arme bevolking was de voedselvoorziening nog niet zo goed geregeld. lederen die er brood in zag stapte in de handel of produktie van voedsel.
Daarbij nam menigeen het niet zo nauw met de kwaliteit en veiligheid. Dat gebeurde deels uit onwetendheid en ook omdat er meer geld te verdienen was door het aanlengen en opvullen van produkten met water of goedkope grondstoffen. Goedkope manieren om voedsel beter houdbaar te maken of toch in elk geval uiterlijk verkoopbaar, waren zeer in trek.
Op het etiket zien we E-nummers staan. Wat betekenen deze E-nummers?
E-nummers zijn additieven. Dat betekent dat over zo=n stof met voldoende zekerheid kan worden gezegd dat hij bij normaal gebruik veilig is, volgens deskundigen die voor de Europese Gemeenschap een lijst van deze stoffen hebben opgesteld. De E is dan ook afkomstig van Europese Gemeenschap. Het nummer dat aan die stoffen is toegekend wordt in alle EG-landen gebruikt. Zo is bijvoorbeeld het nummer E-300 toegekend aan L-ascorbinezuur, dat beter bekend is onder de naam vitamine C en toegevoegd mag worden aan uiteenlopende produkten zoals rauw gehakt, vruchtenconserven, meel en limonades. Het werkt als voedingszuur, voorkomt bruin worden van vruchtenprodukten en verbetert de bakkwaliteit van meel.

Voor degenen die een overgevoeligheid hebben voor bepaalde additieven is het nodig om te weten welke stof er precies gebruikt is. Tot nu toe is de fabrikant in Nederland nog niet verplicht om dit te vermelden en mag hij volstaan met een vermelding van de naam van de categorie waar de stof toe behoort, dus 'kleurstof' of 'conserveermiddel'.

Wel heeft de overheid aangekondigd dat men het voorbeeld van de meeste andere EG-landen zal volgen en de vermelding van de naam of het E-nummer van de stof verplicht zal gaan stellen.
De lijst van de Europese Gemeenschap voor de E-nummering is globaal als volgt ingedeeld:
# E-100-E-200 kleurstoffen
# E-200-E-300 conserveermiddelen, voedingszuren
# E-300-E-400 anti-oxydanten, voedingszuren
# E-400-E-500 emulgatoren, verdikkingsmiddelen, geleer-middelen, stabilisatoren. Soms komen op het etiket ook stoffen voor die wel een nummer hebben maar zonder een E ervoor. Hierbij gaat het meestal om additieven die ook wel door de EG op een lijst zijn gezet, maar waarvoor het onderzoek naar de veiligheid nog niet volledig door de EG-deskundigen beoordeeld is.

Een volledige opsomming van alle stoffen op de E-lijst heeft weinig zin. Het zal de meeste mensen niet veel wijzer maken om te weten dat het nummer E-102 is toegekend aan de kleurstof tartrazine. Degenen die weten dat ze een overgevoeligheid voor deze stof hebben, kennen wel de naam en het E-nummer en anderen zegt het niets. Een volledig overzicht van alle gebruikte additieven en hun functie is te vinden in het boek van Kamsteeg en Baas: E is eetbaar.
Kleurstoffen
# E-100 curcumine
# E-101 riboflavine (vitamine B2)
# E-102 tartrazine
# E-1 10 zonnegeel
# E-120 cochenille
# E-123 amarant
# E- 1 50 caramel
# E-160 caroteen (de kleur in wortelen)
# E-162 bietenrood
# E-174 zilver
Conserveermiddelen
# E-200 t/m 203 sorbinezuur en afgeleide verbindingen
# E-210 t/m 219 benzoëzuur en afgeleide verbindingen
# E-220 t/m 228 sulfiet en afgeleide verbindingen
# E-249 t/m 250 nitriet
# E-270 melkzuur
Anti-oxydanten
# E-300 ascorbinezuur (vitamine C)
# E-330 citroenzuur
# E-334 wijnsteenzuur Emulgatoren, stabilisatoren, verdikkingsmiddelen
# E-322 lecithinen
# E-400 t/m 405 alginaten
# E-406 agar-agar
# E-414 Arabische gom
# E-440 pectinen