De geneeskracht van pompoen

De ene pompoen is de andere niet. Je hebt oranje, groene en gestreepte pompoenen, ronde en langwerpige pompoenen en pompoenen met een "vliegende-schotel vorm. Maar een ding is zeker, de gebruiksmogelijkheden van pompoenen zijn bijna even gevarieerd als hun uiterlijk, zowel culinair als ge-neeskrachtig.

Zowel het groene augurkje als de oranje reuzenpompoen behoren allebei tot de familie van de komkommerachtige of Curcurbitacea. Deze familie kent wel duizend soorten, waaronder meloenen, courgettes, kalebassen, okers, pompoenen en natuurlijk komkommers. Zelfs de stekelige kiwano, die in Nieuw-Zeeland wordt gekweekt is een ver neefje.
Nu zijn dit natuurlijk niet allemaal pompoenen. De echte pompoenachtigen van de familie (de Cucurbita-tak) worden wel onderverdeeld in de winter- en zomerpompoenen, niet erg wetenschappelijk, maar wel gemakkelijk in het gebruik.

Zomerpompoenen zijn sappig, hun schil is dun en ze zijn kort houdbaar. Ze worden geoogst als ze nog niet rijp zijn, anders worden ze vezelig en bitter.
Courgettes, patisson en de spaghettipompoen horen bij de zomerpompoenen.
Winterpompoenen worden geplukt als ze volgroeid zijn, hebben een dikke leerachtige schil en kunnen op een koele goed geventileerde plaats soms wel enkele maanden bewaard blijven. De enorme, geribbelde "gele reus" is wel de bekendste.

Pompoenen zijn een zeer oud cultuurgewas. Er zijn aanwijzingen dat de pompoen al zo'n 7000 jaar voor Christus in Midden- en Zuid-Amerika werd verbouwd. Bij de Azteken en andere Indianenvolkeren waren pompoenen zeer populair omdat ze zo lang bewaard konden worden. Bovendien waren de grote oranje vruchten een zonnesymbool. Pompoen werd om en om met maïs verbouwd, omdat deze gewassen bij elkaar de groei zouden stimuleren. Repen pompoen werden ook wel in de zon gedroogd en vermalen tot een soort meel, waar koeken van gebakken werden en wat tevens als basis van soepen en groenteschotels gebruikt kon worden. De eerste Amerikaanse pioniers maakten via de indianen kennis met de pompoen en namen de gedroogde pompoenrepen mee als noodvoorraad. Traditioneel werden pompoenen ook op grote schaal gekweekt in Japan, waar tegenwoordig vele hybriden met fijnere smaak en iets hanteerbaarder formaat dan de hier bekende pompoenen vandaan komen. Pompoenen worden nu ook commercieel gekweekt in China, Turkije, Argentinië, Mexico, Italië en Frankrijk. In Nederland komen er steeds meer biologisch verbouwde pompoen uit eigen bodem op de markt.

Pompoenen worden van oudsher in de volksgeneeskunde gebruikt. Het felgele vruchtvlees van de meeste winterpompoenen is zeer rijk aan caroteen, een stof die ons lichaam in de Vitamine A kan omzetten. Deze vitamine is onder andere van invloed op de snelheid waarmee onze ogen zich kunnen aanpassen aan schemerlicht. In de oude Engelse kruidenboeken wordt al bevolen om kinderen met oogafwijkingen gekookte, fijngemalen winterpompoen te laten eten.

Pompoenzaden zijn een beproefd middel tegen wormen. De pitten worden gepeld maar het dunne binnenste vlies moet intact blijven. Afhankelijk van de leeftijd van de patiënt en het soort wormen (lintwormen vereisen de hoogste dosering) moet men 15 tot wel 100 pitten eten en deze heel goed kauwen. Een uur later besluit een halve lepel wonderolie de behandeling.
Gedroogde, geroosterde pompoenzaden zijn overigens een delicatesse. Pompoen is ook heel geschikt als baby- en kindervoeding. Het vruchtvlees is licht verteerbaar en levert naast caroteen ook calcium, ijzer en vita-mine C. De zoetige smaak van de pompoen is ook een voordeel. De meeste kinderen houden niet van bittere groenten zoals spinazie witlof en spruitjes. Als deze groenten met gare pompoen geprakt of vermengd worden, lusten kinderen ze vaak wel.

Ludwina Veeris heeft in haar boek "Remedi i kustumbernan di nos bieunan" geeft ook en prachtige omschrijving van deze plant.
Op ons eiland wordt de pompoen nog veel gebruikt. Bekend zijn de gestoofde pompoen (pampuna stoba), pompoensoep (sopi di pampuna) en de Pannenkoek van pompoen (reskuk di pampoena). Vroeger liet men ook wel de vruchten aan de plant drogen. De vrucht werd dan zo hard dat het niet meer geschikt was voor consumptie. De vrucht werd dan in tweeën gesneden en gebruikt (net als de Kalebas) om water mee te scheppen.
De Curaçaose volksgeneeskunde leert ons dat de pompoen voor vele ziektes werd gebruikt.

De bladeren van de pompoen werden in gekookt water als thee gedronken tegen astma en benauwdheid.
Van de groene pompoen werd een papje gemaakt (Kataplan) dat op een ontsteking of irritatie gelegd werd. Dit papje werd ook gebruikt bij iemand die bronchitis had. De pap werd dan op de borst gewreven.
Pompoenzaad werd zoals eerder beschreven ook op ons eiland gebruikt tegen wormen. De zaden werden gemalen, daarna in wat water gemengd, gezeefd en gedronken.

Pompoenthee getrokken van de bladeren van de pompoenplant werd gebruikt bij diaree. Trouwens bij darmontsteking was het volgens de oudjes aan te raden pompoen minstens twee maal per week te eten.
De pompoenzaden zijn goed tegen prostaat problemen.
In de Chinese kruidenleer komt de pompoen (Nan Gua Zi) ook vaak voor als uitstekend middel tegen wormen en in het bijzonder tegen lintwormen.
De pompoen is ook een geschikt middel tegen oedeem (zwelling) van handen en voeten na de bevalling en om de productie van moedermelk te stimuleren.
Pompoen werkt op de lever en dikke darm. Bij geelzucht mag men geen pompoen gebruiken.

Pompoenen zijn heel gemakkelijk te kweken en het resultaat is ook sterk belonend. De plant heeft wel de ruimte nodig om te groeien. De ouderen zeggen dat het een plant is, die ervan houdt om net in de tuin van de buurman de mooiste vruchten te geven.
De bladeren zijn groot en hebben witte vlekken. Om de plant te helpen kunt u tijdens de groei na enkele meters de bodem iets los maken en wat aarde over de zijtak heen strooien, waardoor de plant dan gemakkelijk wat wortels kan schieten.

Een kleine bijkomstigheid waar u toch rekening mee moet houden is dat de pompoenplant niet omhoog mag groeien want dit kan volgens de oudjes onheil veroorzaken. Mijn raad is om de plant in ieder geval niet omhoog te laten groeien want anders groeien de vruchten niet.