Rituelen en bijgeloof op feestdagen

Er zijn zoveel rituelen die wij gebruiken. Aan vele feesten zijn rituelen verbonden. We staan er vaak niet eens bij stil. Het hoort er gewoon bij.
Het eind van het jaar is weer aangebroken en massaal steken wij vuurwerk af, wieroken het huis en spreken goede wensen uit.
Waar komen al deze rituelen vandaan? Wat voor rituelen doen wij zonder het te beseffen? En wat is het doel daarvan?

Kerstavond
Kerstmis is zo'n bekend en belangrijk feest dat er boeken vol zijn geschreven over de gebruiken en tradities, en het eraan verbonden bijgeloof.
Dit brengt geluk: Bind nat stro om de fruitbomen om ze het volgende jaar veel vruchten te laten dragen. Hang een hulsttak op in huis (het brengt ongeluk om deze vóór kerstavond te doen). Hang een maretak op om je geliefde eronder te kussen en geef hem na Nieuwjaarsdag aan de eerste koe die een kalf werpt. Waarschuwing: maretak moet in ieder geval vóór Driekoningen -6 januari- worden verbrand, anders zullen alle geliefden die elkaar eronder gekust hebben vijanden van elkaar worden. Open om middernacht alle ramen en deuren om de boze geesten eruit en de goede erin te laten.
Wat je moet nalaten om onheil te voorkomen:
De kerstcake aansnijden vóór Kerstavond.
Toestaan dat er vuur of een lamp het huis verlaat.

Eerste Kerstdag

Ga niet naar buiten voor er een donkerharige man op bezoek is geweest; het brengt ongeluk als er eerst een vrouw verschijnt. Draai geen matrassen om. Als het tijd is om naar buiten te gaan breng dan eerst een heildronk met cider uit op de appelbomen.
Onze kerstsymbolen zijn afkomstig uit verschillende landen. De maretak werd vereerd door de Druïden, vooral wanneer hij in de heilige eiken groeide. De Druïden verdeelden deze groenblijvende takjes onder de mensen, die ze ophingen in de hoop dat de natuurgoden in het voorjaar het groen weer zouden doen herleven. Om soortgelijke redenen werd er ook hulst en klimop opgehangen. In het boek ADe Feestelijke Finale - Het Handboek voor de Decembermaand@ vinden we de volgende handleiding voor altijd groene kerstversieringen:

MARETAK of MISTLETOE: Allesheler, vredesplant. Bevordert de
vruchtbaarheid, bant boze geesten uit, en beschermt de woning tegen blikseminslag.
HULST: Beschermt tegen heksen en het boze oog. Symbolisch voor het brandende braambos waarin God aan Mozes verscheen, en voor de doornenkroon.
TAXUS: Giftig voor mens en dier, maar een bescherming tegen heksen.
BERBERIS: Schenkt macht. Bladeren of twijgen werden gebruikt als
kransen voor Romeinse dichters en veldheren.
LAURIER: Beschermt en reinigt. Symbolisch voor overwinning, distinctie en eer. Evenals de berberis gebruikt om Romeinse helden te kronen. ROZEMARIJN: Herinnering, vriendschap. Zou zijn geur gekregen hebben toen de doeken waarin het Christuskind gewikkeld was, over de plant te drogen werden gehangen.
KLIMOP: De heilige plant van Bacchus. Beschermt tegen dronkenschap. Het Joelhout komt uit Scandinavië, waar het werd verbrand als een reinigingsritueel tijdens de winterse zonnewende. De oorsprong van het woord Joel is onbekend maar er wordt aangenomen dat de Germanen er het winterseizoen mee aanduidden, dat grofweg duurde van half november tot half januari. Volgens een andere theorie betekent het woord Awiel@ en slaat het op de jaarlijkse rotatie van de zon. In veel streken in Europa is het gebruikelijk om een groot stuk hout tot middelpunt te maken van de Kerstviering. Het luistert wel nauw welke houtsoort je voor de festiviteiten gebruikt.

De kerstboom, ten slotte, komt uit Duitsland. Hij werd pas in Engeland ingevoerd toen koningin Victoria in het huwelijk trad met Prins Albert van Saksen-Koburg, maar al 150 jaar daarvoor hadden de eerste Duitse pioniers de kerstboom meegenomen naar Amerika. Verlicht met kleine kaarsjes (waaraan men in Duitsland nog altijd de voorkeur geeft boven elektrische lichtjes), versierd met glinsterende ballen en kleine figuurtjes, omringd door cadeautjes, en met een ster of engel in de top, vormt de kerstboom nog altijd het hart van dit meest geliefde familiefeest.


Nieuwjaarsdag
Welke dag ook gevierd wordt als de eerste dag van het nieuwe jaar, men beschouwt het altijd als een verse start waarbij oude zonden en ondeugden worden afgezworen en men opnieuw kan beginnen. In sommige delen van Schotland was het de gewoonte om een hond aan de deur een stuk brood te geven en hem vervolgens weg te sturen met: AHond, verdwijn!@ Al het kwaad voor het nieuwe jaar laadde men zo op de schouders van de hond die hiermee opgezadeld uit de gemeenschap werd verstoten.

In de westelijke Himalaya voltrekken de Bhotiya nog steeds een gelijksoortige ceremonie. Ze stoppen een hond vol met alcohol, bhang (marihuana) en snoep, leiden hem het dorp rond, laten hem los, en gaan er achter aan. Het dier wordt gevangen en geslagen of gestenigd tot het dood is; dit voorkomt dat de gemeenschap in het nieuwe jaar door ziekte en ongeluk wordt getroffen.

Er is nogal wat bijgeloof rond het haardvuur dat op nieuwjaarsdag niet uit mag gaan. Als het vuur dooft staat het hele jaar onder een slecht gesternte. Van de buren kan men ook geen kooltjes verwachten om een nieuw vuur mee te maken, want dan geven ze hun eigen geluk weg. Vuur bij iemand stelen is nog erger, want dan haal je de grootste ellende op de hals.
Vuur was niet het enige dat op nieuwjaarsdag het huis niet uit kwam: niets mocht het huis verlaten, zelfs geen afval.

Een andere vorm van bijgeloof vinden we in Engeland over de betekenis van de eerste persoon die in het nieuwe jaar een voet in je huis zet (Afirst footing@). In veel delen van Engeland was het de gewoonte om na de klok van twaalven bij de buren op bezoek te gaan. Kwam er een vrouw als eerste binnen, dan bracht dat ongeluk. Een blonde man was ook niet bijster populair en in bepaalde streken waren vrijgezellen geliefder dan getrouwde mannen.
In het ideale geval wordt de drempel het eerst overschreden door een donkere vrijgezel en in sommige dorpen maakten deze geluksbodes een ronde langs alle huizen, waar ze warm werden onthaald. In sommige streken werd deze Afirst footer@ geacht kolen mee te brengen als bijdrage aan het haardvuur.

Bovendien geloofde men dat als je keukenkastjes leeg zijn op nieuwjaarsdag, er een armoedig jaar zal volgen. Hetzelfde geldt voor iemand die zonder geld zit - hij of zij zal het hele jaar blut blijven. De laatste slok uit een fles op nieuwjaarsdag brengt geluk voor degene die hem opdrinkt.
Toch hoeft u dit niet al te raar te vinden, want we doen verschillende van deze rituelen ook, doch genuanceerder.

We stoppen onze inkoopwagentje vol met allerlei lekkere hapjes, letten heel goed op wie het eerste op nieuwjaarsdag de gelukwensen brengt en we verjagen boze geesten. Dat doen we traditiegetrouw met vuurwerk.
Elk jaar worden er in deze tijd van het jaar tientallen kinderen en volwassenen voor brandwonden, ten gevolge van het onzorgvuldig omgaan met vuurwerk, verpleegd.

Vaak gebeuren deze ongelukjes niet helemaal buiten onze eigen schuld.
Vuurwerk heeft iets komisch en stoers in zich. Het afschieten van vuurwerk op voorbij rijdende auto's, vuurwerk gooien in een groep mensen en vuurwerk -tegen alle voorschriften in- zolang mogelijk in de hand houden. Dat is stoer, komisch en ........gevaarlijk.
Tijdens het traditionele Nieuwjaarsfeest, dat in China in eind januari of begin februari nog steeds drie dagen lang overvloedig wordt gevierd, komt ook veel vuurwerk aan te pas.

Dit tijdstip komt ons wat verlaat voor om het nieuwe jaar in te luiden, maar tot 1912 richtten de Chinezen zich niet naar onze op de zon gebaseerde kalender, maar naar de 354 dagen tellende maankalender. Vroeger begonnen de voorbereidingen voor het traditionele nieuwjaar al op de 24ste dag van de 12de maand. Op deze dag werden de "goden van de huiselijke haard" of "keukengoden" aanbeden om deze gunstig te stemmen. Men meende dat deze god zich op die dag naar de hemel zou gaan om zijn jaarlijks verslag aan de Jade-keizer uit te brengen over de goede en kwade daden van alle leden van het huishouden dat onder zijn toezicht stond. Bij het invallen van de duisternis op de laatste dag van het jaar werden in elk huis spijzen, bloemen en wierookstokjes geofferd aan de voorouders van de familie en aan de huisgoden en vroeg men hun bescherming, vrede en gezondheid voor het nieuwe jaar.

De toebedeelde spijzen waren vooral snoepgoed, in de hoop dat het aanstaande gesprek tussen de huisgod en de Jade-keizer in de hemel met "zoete woorden" zou verlopen. Voor alle zekerheid smeerde men zijn lippen met wat honing in. Tijdens de laatste dagen van het jaar werden enorme hoeveelheden mondvoorraad ingeslagen. Overal maakten de kinderen de straten onveilig door ontelbare voetzoekers te laten ontploffen. Op de avond voor het nieuwe jaar werden op de buitendeuren van de huizen afbeeldingen geplakt van woest uitziende generaals die de bewoners moesten beschermen.

Ook werden aan beide kanten van de deur als teken van voorspoed op rood papier kalligrafisch voorgestelde spreuken aangebracht.
Tenslotte werden de deuren verzegeld en de hele familie sloot zich tot de volgende dag op.

In afwachting van het nieuwe jaar werd er gegeten en gedronken en werden er verhalen verteld. Op de eerste dag van het nieuwe jaar werden familie dineetjes gehouden en bracht men in de middag bezoeken aan vrienden en verwanten om hen een gelukkig nieuwjaar te wensen.
Als wij dit met ons cultuur vergelijken dan blijkt het dat wij veel hebben overgenomen en dat vele zaken sterke gelijkenis vertonen.
In vroege tijden en nu nog worden er op de laatste dag van het jaar wierook gebruikt om het huis van kwade geesten te ontdoen. In elke hoek van het huis werd er ook gebeden tijden het wieroken. Na het wieroken werd over het schaaltje met wierook, door alle leden van de familie, gesprongen in de vorm van een kruis. Dit was ter bescherming tegen het kwade in het nieuwe jaar.

Overal wordt uitbundig, in rood gewikkeld vuurwerk met Chinese tekens, afgestoken. Het vuurwerk behoorde volgens traditie vlak voor het einde van het oude jaar afgestoken te worden. Met veel lawaai worden de kwade goden verjaagd en wordt het nieuwe jaar verwelkomd.
Het versturen van kaarten met nieuwjaarswensen, beschilderen van de voordeur (en ramen) vertoont ook veel gelijkenis.
Hoe je het ook keert of draait, het is een prachtig feest. Maar is het wel nodig al dat vuurwerk, lawaai en gevaar?
Als we nu zorgen dat we het hele jaar zo goed mogelijk leven en daarmee bedoel ik ten opzichte van anderen, dan hoeven we aan het einde van het jaar ook weer niet zoveel kwade geesten te verjagen.

Dat zou kunnen betekenen dat er minder brandwonden en meer geld over zou zijn om het nieuwe jaar mee te beginnen. Is dat geen goed begin?